De jaren tachtig.
Ik was een tiener en de wereld lag aan mijn voeten.
Achteraf gezien was dat een bijzonder decennium. Niet alleen omdat ik opgroeide, maar ook omdat de wereld langzaam begon te veranderen.
De eerste personal computers verschenen op de markt.
IBM.
De Apple Macintosh.
Grote, logge apparaten die uiteindelijk onze manier van werken en communiceren volledig zouden veranderen.
Mijn eerste computer herinner ik me nog goed.
Een zwaar bakbeest dat eerst uitgebreid de tijd nam om op te starten voordat je er überhaupt iets mee kon doen.
En toch…
ik vond het geweldig.
Soms kijk ik nog weleens naar oude televisiefragmenten waarin Nederlanders hun mening geven over de mobiele telefoon.
‘Dat wordt nooit wat.‘
‘Wie wil er nou altijd bereikbaar zijn?’
Grappig om terug te zien.
Want inmiddels leven we in 2026.
En als iemand mij vraagt welke oude technologie ik het meest mis…
dan is mijn antwoord eigenlijk heel simpel.
Geen.
Technologie heeft ons leven op ontzettend veel manieren gemakkelijker gemaakt.
Ons werk.
Onze communicatie.
Onze mogelijkheden.
Dat zou ik niet meer willen missen.
Maar…
er is wel iets anders veranderd.
En dat heeft eigenlijk helemaal niets met techniek te maken.
Toen ik als tiener op school zat, maakten we huiswerk in de bibliotheek.
Samen.
We zaten aan lange tafels.
Studeren, praten, lachen.
Soms gebeurde er meer gekletst dan geleerd.
Maar juist dát zijn de herinneringen die zijn blijven hangen.
Mijn kinderen keken me ooit verbaasd aan toen ik dat vertelde.
‘Naar de bibliotheek om huiswerk te maken? ‘
‘Met je klasgenoten? ‘
‘Wat raar…‘
Voor hen is dat ondenkbaar.
Zij maken hun opdrachten op de computer.
Alleen.
Of via FaceTime met een klasgenoot.
En eerlijk?
Ze hebben een punt.
‘Mam,‘ zei Jip eens,
‘wij maken óók herinneringen. Alleen anders.’
Daar had ik eigenlijk niets op terug.
Ze heeft gelijk.
Hun jeugd is niet minder mooi.
Alleen anders dan de mijne.
Toch moet ik dan altijd denken aan één vakantie.
We gingen met het gezin naar een dierentuin.
Plattegrond in de hand.
Lekker dwalen.
Onderweg liep er steeds een gezin vlak voor ons.
Hun zoontje, een jaar of zeven of acht, lag in een bolderkar.
Met een iPad stevig tussen zijn handen geklemd.
We kwamen langs apen.
Olifanten.
Voedermomenten.
Dieren die volop in beweging waren.
Wij stonden met open mond te kijken.
Het jongetje niet.
Hij keek geen enkele keer op.
Zijn ouders probeerden hem nog enthousiast te maken.
‘Schou doch mal…‘
‘Da sind die Affen…..’
Vanuit de bolderkar klonk alleen:
“Nein… lass mich sitzen.”
En de iPad bleef precies waar hij was.
Dat verhaal komt hier thuis nog regelmatig voorbij.
‘Mam,‘ zeggen Jip en Moos dan.
‘Dat hadden wij echt niet gedaan.‘
En daar moeten we allemaal om lachen.
Want ze hebben gelijk.
Toen zij klein waren, bleef de iPad gewoon thuis.
Niet omdat hij niet bestond.
Maar omdat wij als ouders andere keuzes maakten.
En misschien zit daar wel de kern.
Niet in de technologie.
Maar in hoe wij ermee omgaan.
Een tablet is niet goed.
En ook niet slecht.
Het is een hulpmiddel.
Net als die eerste computer ooit was.
Net als de mobiele telefoon.
Misschien missen we uiteindelijk niet de oude technologie.
Misschien missen we soms de momenten waarop we nog vanzelf naar elkaar keken…
in plaats van naar een scherm.
En als ik terugkijk op de jeugd van Jip en Moos…
dan weet ik één ding zeker.
Wij hebben niets gemist.
Niet zonder tablet.
En ook niet mét technologie.
Want de mooiste herinneringen…
die maak je nog altijd samen.









3 Responses
… reposted this!
Alles went maar soms….
IK WEET…..