Ik ben niet gemaakt voor haast.
Dat klinkt misschien vreemd, want ik werk al mijn hele leven in de kinderopvang. Een wereld waarin altijd wel iets gebeurt. Kinderen die binnenkomen, ouders die nog snel iets willen vertellen, collega’s die een vraag hebben, telefoons die gaan.
En toch…
Haast en ik zijn nooit vrienden geworden.
Mijn ochtend zag er jarenlang hetzelfde uit.
Opstaan.
Snel ontbijten.
Tas pakken.
Auto in.
En gáán.
Nog voordat mijn werkdag begon, voelde mijn lijf al alsof het achter de feiten aan liep. Mijn hoofd draaide op volle toeren en ergens stond er figuurlijk al een laagje zweet op mijn voorhoofd.
Het gekke was…
Dat gevoel bleef de hele ochtend hangen.
En kinderen voelen dat.
Ze voelen haarfijn of jij al geland bent.
Of dat je eigenlijk nog onderweg bent.
Tot ik op een dag iets heel simpels veranderde.
Ik stopte met thuis ontbijten.
Niet omdat ik daar geen tijd meer voor had.
Maar juist omdat ik mezelf tijd wilde geven.
Ik begon mijn ochtend rustig, reed naar mijn werk en at mijn ontbijt pas wanneer de groep draaide en ik zelf even kon landen.
Een andere tijdsindeling.
Meer was het eigenlijk niet.
Maar wat gaf dat veel rust.
En weet je?
Datzelfde zie ik iedere dag weer terug bij kinderen.
Zodra wij haast krijgen, lijkt het soms alsof kinderen juist langzamer gaan bewegen.
Alsof ze expres tegenwerken.
Maar dat doen ze niet.
Ons gevoel van haast wordt groter.
Hun tempo blijft hetzelfde.
Of misschien voelen ze juist dat wij gejaagd zijn.
En reageren ze daarop.
Ik zie het ook bij collega’s.
Een groep die onrustig wordt.
Kinderen die alle kanten op lijken te vliegen.
En dan ontstaat vaak de neiging om harder te praten.
Sneller te lopen.
Meer aanwijzingen te geven.
Terwijl ik juist het tegenovergestelde adviseer.
Vertraag.
Ga op het voorleeskleed zitten.
Zeg even helemaal niets.
Kijk.
Wacht.
Binnen de kortste keren zie je kleine hoofdjes jouw kant op draaien.
‘Uhm… wat doet zij nou?’
En precies daar ontstaat weer contact.
Pas daarna begin je te praten.
Rustig.
Op ooghoogte.
Kinderen sluiten zich vanzelf weer aan.
Soms adviseer ik collega’s zelfs om op zulke momenten een paar minuten kinderyoga te doen.
Zet een rustig muziekje op.
Doe samen de boom.
De kikker.
De slang.
De hond.
Je ziet letterlijk hoe kinderen weer in hun lijf terechtkomen.
En misschien is dat wel de gewoonte die mijn leven het meest heeft verbeterd.
Niet harder werken.
Niet sneller.
Maar juist…
bewust vertragen.
Want rust werkt aanstekelijk.
Net zoals haast dat doet.
En het mooie is…
Kinderen lopen daarin vaak gewoon met ons mee.









2 Responses
… reposted this!
… reposted this!