Op ooghoogte begint vertrouwen

Waarom ik altijd eerst op mijn knieën ga zitten

Er staat een nieuw kindje voor me.

Zijn hand verdwijnt half achter de broek van zijn moeder.

Zijn ogen schieten nieuwsgierig door de ruimte, maar zijn voeten lijken vastgelijmd aan de vloer.

Ik glimlach.

En zonder erbij na te denken…

ga ik op mijn knieën zitten.

Niet omdat ik rugklachten heb.

Niet omdat het zo hoort.

Maar omdat ik graag wil dat een kind mij eerst ziet…

voordat het mij moet vertrouwen.

Die gewoonte is niet zomaar ontstaan.

Door de jaren heen heb ik ontzettend veel waardevolle ervaringen mogen opdoen.

Werken met kinderen is voor mij nog steeds het mooiste vak dat er bestaat.

Ooit begon ik als Z-verpleegkundige.

Ik vond het werk interessant, maar ergens voelde ik dat ik iets miste.

Na veel wikken, wegen en zoeken besloot ik pedagogiek te gaan studeren.

En daar…

vond ik precies wat ik al die tijd had gezocht.

Nog voordat de inkt op mijn diploma droog was, begon ik op een kinderdagverblijf voor kinderen met een extra zorgvraag.

Vanaf de eerste dag wist ik:

“Dit is mijn plek.”

Twee jaar later kreeg ik de kans om het kinderdagverblijf over te nemen.

Met een flinke lening.

En misschien wel met een nog grotere dosis enthousiasme.

Nog steeds noem ik dat één van de mooiste beslissingen uit mijn loopbaan.

Na een aantal jaren trok het leven opnieuw aan mijn mouw.

Ik verkocht mijn centrum.

Achteraf gezien misschien wel de moeilijkste beslissing uit mijn carrière.

Destijds voelde het logisch.

Ik was kort achter elkaar moeder geworden van twee prachtige kinderen en wilde ruimte maken voor mijn gezin.

Ik ging aan de slag als manager op een regulier kinderdagverblijf.

Een nieuwe omgeving.

Nieuwe collega’s.

En vooral…

heel veel nieuwe kinderen.

Voor hen was ik geen Polly.

Ik was gewoon weer een onbekende volwassene.

En onbekende volwassenen…

zijn niet vanzelf veilig.

Dus deed ik wat ik eigenlijk altijd doe.

Ik liep de groep binnen.

Zocht een rustig plekje.

En ging op mijn knieën zitten.

Niet om iets uit te leggen.

Niet om de leiding te nemen.

Maar om eerst eens te kijken.

Naar al die kleine handjes.

Naar de spelletjes die al gaande waren.

Naar de wereld waarin zij zich op dat moment bevonden.

Ik pakte een doos met houten blokken.

En begon te bouwen.

Gewoon.

Voor mezelf.

Of nou ja…

dat dacht ik.

Vanuit mijn ooghoek zag ik nieuwsgierige blikken verschijnen.

Eén voor één kwamen kinderen dichterbij.

Sommigen bleven op veilige afstand staan.

Anderen durfden net iets verder te komen.

Tot één jongetje besloot dat het tijd was om kennis te maken.

Hij liep naar me toe.

Boog zich helemaal voorover om oogcontact te maken.

Ik ging automatisch iets rechter zitten.

Hij keek me aan.

‘Helpen?’

Meer had hij niet nodig.

En eerlijk gezegd…

ik ook niet.

Vanaf dat moment bouwden we niet alleen een toren.

We bouwden aan vertrouwen.

In de dagen daarna gebeurde steeds hetzelfde.

Steeds meer kinderen kwamen erbij zitten.

Er werd gelachen.

Gebouwd.

Gekletst.

En op een dag voelde ik ineens een klein lijfje tegen me aan leunen terwijl ik een boekje voorlas.

Later volgden de knuffels.

De verhalen.

De handjes die vanzelf de mijne zochten.

En iedere keer besef ik opnieuw:

Vertrouwen begint niet wanneer een kind naar mij luistert.

Vertrouwen begint wanneer een kind voelt dat ík eerst naar hém kijk.

Misschien is dat wel de belangrijkste les die kinderen mij in al die jaren hebben geleerd.

Je hoeft niet boven een kind te gaan staan om richting te geven.

Soms hoef je alleen maar even door je knieën te gaan.

Want precies daar…

op ooghoogte…

begint echte verbinding.

2 Responses

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Op ooghoogte begint vertrouwen