‘Ja, maar u denkt toch ook meteen dat wij altijd op onze telefoon zitten?’

Geen Instagram. Geen TikTok. Geen LinkedIn.

Nee…

Tile Explorer.

Een onschuldig ogend spelletje waar ik soms veel langer in blijf hangen dan ik van tevoren had bedacht.

Regelmatig spreek ik mezelf streng toe.

‘Kom op, Polly. Wegleggen. Nu.

En natuurlijk weet ik dat dit niet toevallig gebeurt. Dit soort spelletjes zijn slim ontworpen. Nog één level. Nog één beloning. Nog één keer proberen.

Toch maak ik me geen zorgen.

Ik hoor gelukkig nog niet bij de categorie mensen die de hele dag aan hun telefoon denken.

Mijn eigen wereld vind ik veel te interessant om eraan te willen ontsnappen.

Misschien is de vraag ook helemaal niet hoeveel schermtijd iemand heeft. Misschien is de veel interessantere vraag: waarom kiest iemand op dat moment voor een scherm?

Die gedachte nam ik mee tijdens een wandeling met Riva.

Als ik mijn hoofd leeg wil maken, trek ik mijn wandelschoenen aan en ga ik met Riva op pad.

Onderweg praat ik gezellig tegen haar.

Zij kijkt me meestal aan met een blik die lijkt te zeggen:

‘Waar heb jij het allemaal over? Ik wil gewoon snuffelen.

En eerlijk…

ze heeft groot gelijk.

Tijdens één van onze vaste wandelingen komen we altijd langs een bankje waar een groep pubers graag hangt.

Riva is inmiddels een bekende verschijning.

Nog voordat we dichtbij zijn hoor ik een van de meiden al roepen:

‘Daar is Riva!

‘Mevrouw, laat haar maar los!’

En daar gaat ze.

Recht op de groep af.

Ze gaat midden tussen hen zitten, haar staart veegt de stoep schoon en haar kop verdwijnt van de ene knuffel naar de andere.

‘Jeez, mevrouw,‘ zegt een van de groep lachend. ‘Ze luistert echt goed.

‘Dat klopt,’ antwoord ik. ‘Dat is ook belangrijk. Er zijn nu eenmaal dingen die ze niet mag. Bijvoorbeeld tegen mensen opspringen.’

En voor ik het wist…

waren we in gesprek.

Riva is mijn ijsbreker.

Mijn pedagogische nieuwsgierigheid deed de rest.

Ik was in die periode bezig met een klein onderzoekje en vroeg de groep hoe zij tegen gamen en telefoongebruik aankeken.

Een ouder uit mijn coachpraktijk worstelde namelijk met haar puberzoon.

Hij zat volgens haar alleen maar op zijn telefoon.

Tot diep in de nacht.

Met als gevolg dat hij ‘s morgens nauwelijks uit bed kwam.

De spanning thuis liep steeds verder op.

De enige jongen met een kort geknipt koppie en een uitdagende houding keek me aan en zei bijna verontwaardigd:

‘Ja, maar u trekt nu toch ook meteen de conclusie dat wij pubers altijd op onze telefoon zitten.

Ik glimlachte.

‘Dat is nou juist wat ik probeer níét te doen,’ zei ik.

‘Ik ben veel nieuwsgieriger naar wat erachter zit. Daarom vraag ik het juist aan jullie.’

Hij keek me nog even onderzoekend aan.

Alsof hij wilde controleren of ik dat echt meende.

En toen…

begon hij te vertellen.

Over zijn ouders.

Over leraren.

Over volwassenen die volgens hem altijd al een oordeel klaar hadden.

‘Ik ben dan gewoon cooked, man.

Ondertussen was ik naast hem op het bankje gaan zitten.

Ik erkende zijn frustratie.

En langzaam ontstond er een gesprek waarin ik me steeds sterker begon af te vragen of volwassenen eigenlijk nog wel écht luisteren.

De meiden mengden zich inmiddels ook in het gesprek.

‘Ik mag thuis de deur niet uit voordat mijn ouders mijn outfit hebben goedgekeurd,’ zei een van hen terwijl ze gedachteloos over haar telefoon bleef scrollen. ‘Echt zó irritant.’

Ik keek haar aan.

‘Weet je ook waarom zij dat zo belangrijk vinden?’

Ze stopte met scrollen.

Even bleef het stil.

Ze dacht na.

‘Nee.’

Langzaam verschoof ons gesprek van regels naar de reden achter die regels.

‘Zou het kunnen,’ vroeg ik, ‘dat je ouders je eigenlijk proberen te beschermen?’

Niet omdat ze jou niet vertrouwen…

maar omdat ze de wereld soms niet vertrouwen.

Ze haalde haar schouders op.

‘Ja… misschien dat wel, antwoorde ze terwijl ze haar schouders even flink optrok.

Naast me klonk ineens een andere stem.

‘Uhum… als mijn ouders niet echt naar mij luisteren… kan het dan ook zijn dat ik niet echt naar hen luister?’

Ik keek hem aan.

‘Bam dude.’

Ik gaf hem een high five.

‘Daar ligt volgens mij precies de sleutel.’

Je kunt tegenover elkaar blijven staan.

In de verdediging schieten.

De discussie winnen.

Maar uiteindelijk verliest iedereen.

Die middag, ergens in juni, ontstond er iets bijzonders.

Een open gesprek.

Over luisteren.

Echt luisteren.

Niet naar het gedrag.

Maar naar wat eronder ligt.

Want misschien gaat het thuis helemaal niet over dat korte rokje.

Misschien gaat het over ouders die hun dochter bewust willen maken van de wereld om haar heen.

Niet vanuit angst.

Niet vanuit slachtofferschap.

Maar vanuit liefde.

En misschien gaat het ook helemaal niet over die puber die uren achter zijn computer zit.

Misschien gaat het over een jongen die ergens iets zoekt.

Rust.

Contact.

Ontspanning.

Erbij horen.

En misschien hoor je dan als ouder ook iets terug wat confronterend kan zijn.

‘Maar jij zit zelf de hele avond met de afstandsbediening in je hand.’

Of…

‘Jij kijkt toch ook de hele tijd op je telefoon?’

Dat is geen aanval.

Dat is een uitnodiging.

Om samen te kijken.

Om elkaar weer te zien.

Want misschien is luisteren wel het mooiste cadeau dat je een ander kunt geven.

Niet om direct een oplossing te vinden, maar om elkaar weer echt te zien.

Want echte verbinding ontstaat niet doordat we harder gaan praten, maar doordat we beter leren luisteren.

2 Responses

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

‘Ja, maar u denkt toch ook meteen dat wij altijd op onze telefoon zitten?’