Het is zomaar een zaterdag in de zomervakantie.
Het zonnetje piept net onder het openstaande raam door naar binnen en maakt me wakker.
Ik kijk op mijn telefoon.
06.40 uur.
‘Het is een beetje te vroeg hoor, zonnetje,’ mompel ik.
Met lichte tegenzin draai ik me nog een paar keer om. Het bed naast me is al leeg.
Dan verschijnt er ineens een beeld in mijn hoofd.
Een dampende kop koffie.
Een dikke snee zuurdesembrood.
Vooruit dan maar.
Ik zwiep mijn benen uit bed en rol mezelf enigszins krakkemikkig overeind.
‘Pffff… ik word een oude trien,’ mompel ik zachtjes.
Beneden ruik ik de koffie al.
Mijn lief staat rustig boterhammen te smeren.
De ochtend komt langzaam op gang.
Ik schuif de pui open en een frisse bries strijkt langs mijn gezicht.
Zelfs de poes van de buren is nog niet wakker.
Ik neem mijn eerste slok koffie.
Warm goud.
Binnen een paar minuten is ook mijn slechte humeur verdwenen.
Ik scroll wat door het nieuws.
Bekijk mijn mailbox.
Nog even langs de socials.
Ondertussen is mijn tweede kop koffie al half leeg.
Langzaam wordt ook de rest van de straat wakker.
Geluiden vullen de ochtend.
De buren zijn terug van vakantie.
De hogedrukspuit gaat aan.
En boven het gesis van het water klinkt ineens…
Vader Abraham.
‘Waar komen jullie toch vandaag…..waar de smurfen huisjes staan…’
Chris kijkt op van zijn krant.
Hij trekt één wenkbrauw op.
‘Hij heeft een oude doos opengetrokken.’
We schieten allebei in de lach.
Aan de andere kant blijft het stil.
Dat huis staat inmiddels leeg.
Een paar weken geleden verhuisden de buren naar een hospice.
Binnenkort gaat het in de verkoop.
Het contrast voelt bijna tastbaar.
Achter ons komen ook de andere buren langzaam naar buiten.
Stemmen.
Koffie.
Tuinstoelen.
De vogels zingen weer volop.
Heerlijk.
Tot…
de laatste achterdeur opengaat.
Alsof iemand op een knop drukt, valt het hele ecosysteem stil.
Zelfs de vogels lijken te denken:
O nee… daar heb je ze weer.
De kinderen van dit gezin praten niet.
Ze gillen.
En eerlijk is eerlijk…
de appel valt niet ver van de boom.
Binnen dit gezin is communiceren blijkbaar een olympische sport geworden waarbij alles op standje gehoorbeschadiging gebeurt.
Vanmorgen was het weer zover.
Moeder was waarschijnlijk, net als ik eerder die ochtend, niet op haar allerbest wakker geworden.
Alleen was mijn humeur verdwenen na twee slokken koffie.
Bij haar leek dat anders te werken.
De kinderen zaten alvast buiten aan de ontbijt tafel en moeder was waarschijnlijk nog even bezig.
Plots vloog het slaapkamerraam open.
Een rood hoofd verscheen.
‘DOE DIE KLEREN AANNNNNNNN!’
Heel de straat verstijfde.
‘NUUUUUUUUU!’
Zelfs de hogedrukspuit hield ermee op.
‘ALS IK NAAR BENEDEN MOET KOMEN…’
Nog harder.
‘NUUUUUUUUUUUUUUUUUUU!’
De twee meiden vonden het ondertussen prachtig.
Met hun blote billen renden ze lachend rondjes door de tuin.
Moeder stond boven.
Te gillen.
Naar kinderen die alleen maar harder gingen lachen.
En precies daar begon mijn pedagogische brein te werken.
Ik dacht:
Zou ze zelf doorhebben dat haar gillen alleen maar méér gillen oproept?
Kinderen spiegelen.
Altijd.
Rust roept rust op.
Onrust roept onrust op.
En volume…
blijkt besmettelijk.
Even later verschenen de tranen.
Blijkbaar was moeder inderdaad naar beneden gekomen.
Vader kwam vervolgens ook naar buiten en keek de tuin rond.
‘NOU… HET RECORD IS WEER VERBROKEN! HET IS NOG GEEN TIEN UUR EN DE SFEER IS ALWEER BENEDEN PEIL!’
Ik beet op mijn vinger om niet hardop te lachen.
Chris bleek minder terughoudend.
Hij riep droogjes over de volle bebloemde haag
‘Ben ik helemaal met je eens buurman! Het is inderdaad nog geen tien uur!’
Daarna…
werd het stil.
De hogedrukspuit hervatte zijn werk.
De vogels pakten hun lied weer op.
En ik nam nog een slok van mijn inmiddels lauwe koffie.
Chris keek me aan.
‘Zodra jouw boek gedrukt is…’
‘…geef je haar een exemplaar. Met een fles wijn en een zak chips.’
Ik moest lachen.
En ergens…
vind ik dat eigenlijk helemaal geen gek idee.
Want soms begint verandering niet met harder praten.
Maar met iemand die je laat zien…
dat het ook anders kan.









